15-10-2026
Concrete handvatten voor de vervroegde aflossing van niet-opeisbare geldvorderingen
Cursusoverzicht- Utrecht
- 14:00 - 17:15
- 395
- 3 PE
Inhoud
In de praktijk bestaat met enige regelmaat de wens om een niet-opeisbare erfrechtelijke geldvordering – bijvoorbeeld uit hoofde van de (quasi-) wettelijke verdeling, de ouderlijke boedelverdeling of een (keuze)legaat tegen inbreng – vervroegd af te lossen. Lange tijd bestond hierover onduidelijkheid, maar recent heeft de Belastingdienst meer duidelijkheid verschaft over hun standpunt in dit vraagstuk. Tijdens deze cursus wordt stilgestaan bij diverse civielrechtelijke en fiscale aspecten van de vervroegde aflossing aan de hand van diverse (reken)voorbeelden.
Onderwerpen
Onder meer wordt aandacht besteed aan de volgende onderwerpen:
- Hoe wordt een niet-opeisbare erfrechtelijke vordering gewaardeerd?
- Wat is het verschil tussen de fiscaalrechtelijke en de civielrechtelijke contante waarde van de vordering?
- Hoe bereken je de (civielrechtelijke) contante waarde van een niet-opeisbare erfrechtelijke vordering en welke rol speelt dat bij het voorkomen van schenkbelasting? Spelen de waarderingsvoorschriften van de Successiewet een rol bij de vraag of er sprake is van een gift? En hoe wordt deze gift vervolgens fiscaalrechtelijk gewaardeerd en in de heffing van de schenkbelasting betrokken?
- Heeft het zin om een glijclausule overeen te komen?
- Welke rol spelen de statistische levensverwachting van de schuldenaar, de daadwerkelijke gezondheidssituatie van de schuldenaar en de marktrente? En welke invloed heeft een enkelvoudige of samengestelde contractrente die wordt bijgeschreven op de vordering?
- Wat is het standpunt van de Belastingdienst in alle bovenstaande kwesties?
- Wat is de situatie als een vordering met een bovenmatige rente in de zin van art. 9 SW wordt afgelost? Welke rol speelt een renteafspraak op grond van de wet of het testament hierbij?
- Kan samenloop van heffing van schenkbelasting ingevolge art. 1 SW en art. 9 SW (fictieve schenking) plaatsvinden?
- Met welke andere praktische aandachtspunten moet men rekening houden bij de aflossing van een niet-opeisbare erfrechtelijke geldvordering?
Bij de beantwoording van de vragen zullen de nodige (reken)voorbeelden worden behandeld.
Cursusmateriaal
De hand-out van de PowerPointpresentatie(s) van de docent(en) en eventuele andere documenten worden enkele dagen voorafgaand aan de cursus met u gedeeld via het portaal MijnFBN. Tevens verzoeken wij u naar de bijeenkomst een wettenbundel mee te nemen.
Praktische informatie
Deze cursus vindt plaats op donderdag 15 oktober in Van der Valk Utrecht.
Tijd: 14:00 – 17:15 uur
Prijs: € 395 excl. btw
Aantal punten: 3 PE-punten
Doelgroep: (kandidaat-)notarissen
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Team Educatie van FBN Juristen via 088 – 22 22 123 of via info@fbn.nl. Op deze cursus zijn onze algemene voorwaarden van toepassing.
