Het is een normale woensdagmiddag als de notarieel medewerker de telefoon opneemt. Aan de andere kant van lijn zit klager Alexander [naam fictief]. Alexander is in het kader van de legalisatie van een volmacht en twee identiteitsbewijzen verwezen naar het notariskantoor. Alexander uit zijn ontevredenheid met de uitkomst van het gesprek met de notarieel medewerker – om onbekende redenen – per mail aan de notaris. De medewerker wordt door Alexander weggezet als een prutser, diens werkwijze als volstrekt amateuristisch en het kantoor als een ‘analoog opererend kantoor’.
Als de avond valt op een ongetwijfeld drukke dag op het notariskantoor klimt de notaris in de pen voordat hij de kantoordeuren achter zich sluit. De notaris komt op voor zijn medewerker en de werkwijze van het kantoor, maar bijt ook van zich af door te opperen dat de ‘jurist’ Alexander zijn diploma vast heeft gekocht bij de ‘No-Brain Academy in Prinsenbeek’. Alexander en de notaris zijn aan elkaar gewaagd, want binnen een uur reageert Alexander of het een ‘no-brainer’ zou zijn om een tuchtklacht in te dienen. Nog geen half uur later voegt Alexander de daad bij het woord en ligt de klacht bij de Kamer.
De zaak ligt enkele maanden stil, maar Alexander laat uiteindelijk weer van zich horen. De notaris krijgt per mail een voorstel tot het doen van een ‘symbolische’ betaling van € 8.000 ter compensatie van de belediging en de schoffering van de persoon Alexander (10:51 uur). Alexander handelt vervolgens als een veilingmeester die een product niet geveild krijgt. Het schikkingsvoorstel wordt dezelfde dag nog verlaagd tot € 6.800 (12:28 uur), gevolgd door een uiterst gulle (en tijdelijke) korting van 50% tot € 4.000 als de notaris op dat moment nog steeds niet heeft gereageerd (14:33 uur). De notaris wacht wijselijk, want twee dagen later komt Alexander met een laatste voorstel van € 500.
Misbruik van klachtrecht
De Kamer behandelt de klacht in afwezigheid van Alexander (die zelfs te druk was om via videoverbinding deel te nemen). De Kamer stelt voorop dat binnen het tuchtrecht sprake kan zijn van misbruik van het klachtrecht, als de klachtprocedure wordt aangewend als pressiemiddel ter verkrijging van een financiële tegemoetkoming. De Kamer benoemt dat Alexander in een tijdbestek van twee dagen sterk wisselende voorstellen tot ‘schikking’ heeft gedaan, binnen een bandbreedte van € 8.000 tot € 500. In de voorstellen wordt door Alexander een expliciet verband gelegd tussen betaling en het al dan niet voortzetten van de klacht. De Kamer concludeert dat het Alexander niet hoofdzakelijk te doen was om een inhoudelijke beoordeling van het handelen van de notaris, maar om het verkrijgen van een financiële vergoeding. De willekeurige en niet onderbouwde bedragen zijn niet gericht op het vergoeden van daadwerkelijk geleden schade. Het aanwenden van de tuchtprocedure is volgens de Kamer gebruikt als drukmiddel om de notaris geld afhandig te maken.
De Kamer memoreert dat niet eenvoudig aangenomen mag worden dat het klachtrecht wordt misbruikt, maar dat notarissen ook gevrijwaard moeten blijven van (onderhandelingen over) willekeurige ‘schikkingen’; ook bij ‘mineure kwesties’. Hiervoor is het klachtrecht niet bedoeld. De klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard.
De Kamer wijst toch nog op het aandeel van de notaris in de kwestie door aan te stippen dat van een notaris wordt verwacht dat hij – gelet op zijn publieke ambt – professioneel en zakelijk blijft communiceren, ook in geval van vervelende, provocerende en beledigende uitlatingen van derden.
Afdronk
De uitspraak van Kamer voor het Notariaat 17 juni 2026 (ECLI:NL:TNORDHA:2026:15) illustreert dat een klachtprocedure niet als pressiemiddel kan dienen om de notaris te bewegen tot het doen van een geldbetaling. Indien de klacht hoofdzakelijk dient tot het verkrijgen van een financiële vergoeding wordt deze gelet op misbruik van recht niet-ontvankelijk verklaard.
Desalniettemin heeft de notaris ongetwijfeld spijt gehad van zijn felle reactie. De Kamer overweegt ten overvloede dat een notaris – ook in reactie op provocerende berichten – professioneel en zakelijk moet blijven. Dit roept de vraag op hoe de Kamer de zaak inhoudelijk zou hebben beoordeeld indien de klager zijn hand niet had overspeeld door zo doelmatig aan te sturen op een financiële compensatie.
Bovendien heeft het doorlopen en voorbereiden van een tuchtrechtprocedure de notaris ongetwijfeld meer tijd gekost dan het wegklikken van een vervelende e-mail aan het einde van een werkdag.
