Brigitte Lhoëst is specialist op het gebied van internationaal familievermogensrecht en internationaal erfrecht. Vanuit haar eigen adviespraktijk ondersteunt zij notarissen en andere juridische professionals bij complexe grensoverschrijdende nalatenschappen en is zij als extern adviseur verbonden aan Janus Notarieel Juristen te Eindhoven. Eerder was zij senior wetenschappelijk medewerker bij het Notarieel Juridisch Bureau van de KNB, waar zij notarissen adviseerde over internationaal privaatrecht. Naast haar advieswerk verzorgt zij opleidingen en publiceert zij regelmatig over internationaal familierecht en erfrecht. In dit expertinterview deelt zij haar visie op de ontwikkelingen binnen haar vakgebied en de uitdagingen voor de notariële praktijk.
U houdt zich al decennialang bezig met internationaal familie- en erfrecht. Wat trok u juist in dit specialisme aan?
Ik kom uit een deels Franstalige familie. In mijn jeugd woonde ik in verschillende landen. Daardoor merkte ik al vroeg dat regels en gewoonten per land sterk kunnen verschillen, en dat wat in Nederland vanzelfsprekend lijkt, elders helemaal niet vanzelfsprekend hoeft te zijn. Dat heeft mij altijd gefascineerd. Tijdens mijn studie beperkte ik mij daarom niet tot Nederlands recht; vanuit mijn belangstelling voor andere culturen studeerde ik ook Spaanse taal- en letterkunde, met bijzondere aandacht voor
Latijns-Amerika. Mijn interesse in het familierecht ontstond tijdens mijn student-assistentschap bij de sectie Familierecht onder leiding van prof. mr. M. Rood-de Boer. Na mijn afstuderen kon ik die interesses combineren in een docentschap aan de Rijksuniversiteit Leiden, waar ik bij het Van Vollenhoven Instituut voor Recht en Bestuur van niet-westerse landen, het vak ‘Recht van Latijns- Amerika’ doceerde aan zowel de letteren- als de rechtenfaculteit. Zo kwam ik volledig in het internationale spectrum terecht. Nadat ik enkele jaren met mijn gezin in Curaçao had gewoond, keerde ik terug naar Nederland en ging ik bij de KNB werken, als specialist in het internationale familie- en erfrecht.
Dat bleek een ideale combinatie: met mijn talenkennis en mijn kennis van het Nederlandse notariële recht kon ik notarissen informeren over familierechtelijke en erfrechtelijke kwesties met een internationale dimensie. Tot op de dag van vandaag, nu in mijn rol van zelfstandig adviseur, vind ik het inhoudelijk uitdagend om notarissen en andere juridische professionals te ondersteunen bij de analyse en toepassing van complexe regelgeving in internationale dossiers. Bij rechtsvergelijkend onderzoek naar de wijze waarop in andere rechtsstelsels vraagstukken op het terrein van het huwelijksvermogensrecht en het erfrecht worden benaderd, blijft het boeiend om te zien dat de Nederlandse rechtspraktijk niet de enige aangewezen benadering biedt en dat uiteenlopende juridische oplossingen denkbaar zijn.
U was gedurende lange tijd een van de aanspreekpunten voor notarissen bij de KNB op het terrein van het internationaal privaatrecht. Welke vragen werden u destijds het meest voorgelegd, en in hoeverre zijn dat nog steeds de vraagstukken die in de praktijk spelen?Een vraag die mij in mijn periode bij de KNB met enige regelmaat werd voorgelegd, en die ook in mijn huidige adviespraktijk nog steeds terugkomt, betreft de erkenning in Nederland van een in het buitenland voltrokken huwelijk dat niet in de Nederlandse registers is ingeschreven. Het zogenoemde ‘Las Vegas-huwelijk’ is daarvan een bekend voorbeeld. Voor cliënten is het vaak verrassend dat een dergelijk huwelijk, mits het naar het recht van de plaats van huwelijkssluiting rechtsgeldig tot stand is gekomen en geen weigeringsgrond aan erkenning in de weg staat, ook in Nederland rechtsgeldig is. Een ander misverstand dat ik in de praktijk nog geregeld tegenkom, betreft de gedachte dat een handgeschreven, niet-notarieel testament naar zijn vorm in Nederland zonder meer ongeldig zou zijn. Juist bij twijfel over de formele geldigheid van zo’n testament vind ik het waardevol wanneer notarissen contact opnemen. Daarmee kan worden voorkomen dat een uiterste wilsbeschikking ten onrechte buiten beschouwing blijft.
Sinds de inwerkingtreding van de Europese Erfrechtverordening zie ik nieuwe vragen ontstaan over de afgifte, de reikwijdte en de werking van zowel de nationale verklaring van erfrecht als de Europese erfrechtverklaring in de verschillende lidstaten. Ook kwesties rondom de aanvaarding en verwerping van nalatenschappen door minderjarige erfgenamen komen in de praktijk met regelmaat terug.
De kern van de vragen die mij destijds werden voorgelegd is echter onveranderd gebleven. Bij internationale huwelijken en grensoverschrijdende nalatenschappen draait het nog steeds in belangrijke mate om de vaststelling van het toepasselijke huwelijksvermogensrecht en het toepasselijke erfrecht.
Internationale dossiers worden vaak als ingewikkeld ervaren. Waar zit die complexiteit volgens u vooral in?
De complexiteit zit naar mijn ervaring allereerst in de veelheid van rechtsbronnen die bij internationaal huwelijksvermogensrecht en internationaal erfrecht naast elkaar een rol kunnen spelen. In ieder dossier moet zorgvuldig worden vastgesteld welke regeling van toepassing is: het commune internationaal privaatrecht, een internationaal verdrag of een Europese verordening. Daarbij zijn de datum van huwelijkssluiting en, bij erfrechtelijke kwesties, de datum van overlijden vaak beslissend. Pas wanneer die eerste kwalificatie helder is, kan worden beoordeeld welk juridisch kader het dossier beheerst. Wat ik in de praktijk bovendien merk, is dat juist het commune recht en de oudere verdragen niet altijd gemakkelijk in de actuele rechtsliteratuur zijn terug te vinden. Daarom geef ik notarissen graag mee: bewaar oudere handboeken over het internationaal privaatrecht zorgvuldig, want in internationale dossiers kunnen zij onverwacht richtinggevend blijken.
Een tweede bron van complexiteit is dat verdragen en Europese verordeningen doorgaans het resultaat zijn van langdurige onderhandelingen tussen staten. Om tot een regeling te komen die door zoveel mogelijk staten kan worden aanvaard, bevatten zij vaak uitzonderingen, overgangsbepalingen en begrippen die niet altijd eenvoudig zijn toe te passen. Bij Europese verordeningen komt daar nog bij dat de uitleg niet uitsluitend aan de hand van Nederlandse rechtspraak kan plaatsvinden. Ook de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie is richtinggevend voor de uitleg van de verordeningen. Dat vraagt in de praktijk om een bredere juridische blik dan alleen de nationale benadering.
Ten slotte kan de toepasselijkheid van buitenlands recht de afwikkeling van het dossier aanzienlijk verzwaren. De notaris moet zich een voldoende betrouwbaar beeld vormen van de inhoud, strekking en praktische toepassing van dat recht. Juist dat is niet altijd eenvoudig, zeker wanneer buitenlandse wetgeving beperkt toegankelijk is, rechtspraak ontbreekt of de regels in de praktijk verschillend worden uitgelegd. Dat maakt internationale dossiers inhoudelijk uitdagend, maar voor mij ook juist bijzonder interessant.
Wanneer zou bij een notaris direct een ‘alarmbel’ moeten gaan rinkelen dat een dossier internationale aspecten bevat?
Voor mij zou de eerste alarmbel moeten gaan rinkelen zodra een dossier aanknopingspunten heeft met een ander rechtsstelsel. Dat kan al het geval zijn wanneer een cliënt in het buitenland heeft gewoond, vermogen in het buitenland bezit, een buitenlandse nationaliteit heeft of gehuwd is met iemand met een buitenlandse nationaliteit. In zulke situaties is het van belang niet te snel uit te gaan van toepasselijkheid van Nederlands recht, maar zorgvuldig door te vragen naar feiten die voor het internationaal privaatrecht beslissend kunnen zijn.
Kunt u een praktijkvoorbeeld delen van een internationale nalatenschap of een internationaal familievermogensrechtelijk vraagstuk dat illustratief is voor de complexiteit van uw vak?
Een voorbeeld dat ik in mijn adviespraktijk geregeld tegenkom, betreft de verkoop van een woning waarbij internationale aanknopingspunten een rol spelen. Denk aan een man met een buitenlandse nationaliteit die ongehuwd in Nederland een woning heeft verkregen en als enig eigenaar in de openbare registers staat ingeschreven. Later treedt hij in het huwelijk met een partner die eveneens een buitenlandse nationaliteit heeft. Wanneer hij de woning vervolgens wil vervreemden, rijzen in de notariële praktijk onmiddellijk wezenlijke rechtsvragen: is voor de verkoop toestemming van de echtgenote vereist en heeft zij op grond van het toepasselijke huwelijksvermogensrecht mogelijk een goederenrechtelijke aanspraak op de woning verkregen?
In zo’n dossier begint de beoordeling voor mij steeds bij het vaststellen van het toepasselijke huwelijksvermogensrecht. Daarbij is allereerst de huwelijksdatum bepalend. Is het huwelijk bijvoorbeeld in 2020 gesloten, dan gelden de verwijzingsregels van de Europese Huwelijksvermogensverordening. Vervolgens moet naar de regels van de verordening worden nagegaan of de echtgenoten een geldige rechtskeuze hebben uitgebracht. Ontbreekt die rechtskeuze, dan komt de vraag aan de orde waar zij op of kort na de huwelijkssluiting hun eerste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hebben gevestigd. Is daarvan geen sprake, dan moet worden gekeken naar een eventuele gemeenschappelijke nationaliteit ten tijde van de huwelijkssluiting. Als ook dat geen duidelijke uitkomst geeft, komt uiteindelijk het recht in beeld van de staat waarmee de echtgenoten op dat moment het nauwst verbonden waren. Juist het vaststellen van die gewone verblijfplaats of nauwste verbondenheid is in de praktijk vaak minder eenvoudig dan het op het eerste gezicht lijkt.
Wanneer tenslotte blijkt dat buitenlands recht van toepassing is, moet bovendien worden onderzocht welk wettelijk huwelijksvermogensstelsel dat recht kent en welke gevolgen dit heeft voor de eigendomspositie ten aanzien van de woning. Voor de vraag of toestemming van de echtgenote vereist is, geldt bij huwelijken die onder de reikwijdte van de verordening vallen in beginsel eveneens het recht dat het huwelijksvermogensregime beheerst. Daarbij moet echter steeds rekening worden gehouden met artikel 1:88 lid 7 BW: indien de echtgenote haar woonplaats in Nederland heeft, is haar toestemming vereist, ongeacht welk recht op het huwelijksvermogensregime van toepassing is. Dit voorbeeld laat voor mij goed zien hoe een ogenschijnlijk eenvoudige verkooptransactie in een internationaal dossier kan uitgroeien tot een juridisch gelaagde beoordeling.
Welke fouten of gemiste kansen ziet u in de praktijk het vaakst bij grensoverschrijdende nalatenschappen of familievermogenskwesties?
De grootste gemiste kans zie ik wanneer pas achteraf advies wordt ingewonnen. Als cliënten of hun adviseurs pas na de huwelijkssluiting, het aangaan van een geregistreerd partnerschap of na een overlijden vragen welk recht van toepassing is, kan de juridische beoordeling aanzienlijk complexer en tijdrovender worden. In de praktijk blijkt dan niet zelden dat de toepasselijke regeling anders uitpakt dan partijen hadden verwacht. Soms is herstel of bijsturing op dat moment niet meer mogelijk, met mogelijk verstrekkende en ongunstige gevolgen voor de betrokkenen. Juist daarom vind ik het van groot belang om internationale aanknopingspunten zo vroeg mogelijk te signaleren en vooraf te beoordelen welke rechtskeuze, regeling of andere voorziening wenselijk is.
De Europese regelgeving heeft de afgelopen jaren veel veranderd. Welke ontwikkeling heeft volgens u de grootste impact gehad op de notariële praktijk?
De invoering van de Europese Erfrechtverordening, de Huwelijksvermogensverordening en de Partnerschapsvermogensverordening heeft naar mijn oordeel de grootste impact gehad op de notariële praktijk. Met name in internationale dossiers die aanknopingspunten hebben met lidstaten waarop deze verordeningen van toepassing zijn, bieden zij cliënten aanzienlijk meer duidelijkheid en rechtszekerheid. Bovendien creëren deze verordeningen ruimere mogelijkheden om, binnen de grenzen van het toepasselijke Unierecht, door middel van een rechtskeuze invloed uit te oefenen op het toepasselijke recht.
Welke rol ziet u voor de notaris in het voorkómen van problemen bij cliënten met een internationale achtergrond?
Ik zie voor de notaris vooral een belangrijke preventieve en adviserende rol bij cliënten met een internationale achtergrond. Juist in een vroeg stadium kan de notaris cliënten erop wijzen dat buitenlandse aanknopingspunten gevolgen kunnen hebben voor de rechtspositie van partijen en voor de werking van notariële akten.
Een voorbeeld dat ik in de praktijk regelmatig tegenkom, betreft cliënten met een buitenlandse nationaliteit die in Nederland een woning kopen. Zijn zij gehuwd of hebben zij een geregistreerd partnerschap gesloten, dan moet zorgvuldig worden onderzocht welk huwelijksvermogensrecht of partnerschapsvermogensrecht naar Nederlands internationaal privaatrecht op hun vermogensrechtelijke verhouding van toepassing is en welke gevolgen dat heeft voor de eigendom van en de beschikkingsbevoegdheid over de woning. Diezelfde vraag kan zich ook later voordoen, bijvoorbeeld wanneer iemand de woning eerst alleen koopt en pas daarna in het huwelijk treedt of een geregistreerd partnerschap aangaat. Door dit soort internationale aanknopingspunten tijdig te signaleren, juridisch te duiden en zo nodig nader advies in te winnen, kan de notaris veel latere onzekerheid en geschilpunten voorkomen.
Wat hoopt u dat notarissen meenemen na een cursus of lezing van u?
Wat ik vooral hoop, is dat notarissen na een cursus of lezing nog alerter zijn op mogelijke internationaalrechtelijke aanknopingspunten in een dossier. Signalen zoals een buitenlandse nationaliteit, vermogen in het buitenland, een langdurig verblijf buiten Nederland of een partner met een buitenlandse achtergrond kunnen al voldoende aanleiding zijn om nader te onderzoeken welk recht van toepassing is en welke gevolgen dat heeft voor het dossier.
Tegelijkertijd vind ik het belangrijk dat notarissen zich door dergelijke buitenlandse aspecten niet meer laten afschrikken. Een internationaal element hoeft geen reden te zijn om een zaak niet in behandeling te nemen. Juist door tijdig overleg te voeren met mij of een collega-specialist kan vaak worden bepaald welke route juridisch verantwoord en praktisch werkbaar is.
Wanneer geeft een dossier u het gevoel dat u écht het verschil hebt kunnen maken?
Ik heb het gevoel dat ik echt het verschil heb kunnen maken wanneer mijn advies de notaris in staat stelt om een complex internationaal dossier zorgvuldig en juridisch verantwoord af te wikkelen. Vooral wanneer door een heldere analyse duidelijk wordt welk recht van toepassing is en welke stappen vervolgens moeten worden gezet, geeft dat mij veel voldoening. Dan zie ik dat mijn bijdrage niet alleen juridisch richting geeft, maar ook praktisch helpt om het dossier voor de cliënt tot een goede oplossing te brengen.
Wat motiveert u na al die jaren nog steeds om bezig te zijn met dit vakgebied?
Wat mij na al die jaren nog steeds motiveert, is dat geen enkel internationaal dossier hetzelfde is. De diversiteit aan rechtsstelsels, en de persoonlijke omstandigheden van cliënten maakt dat ik voortdurend juridisch moet blijven analyseren en bijleren. Juist die combinatie van inhoudelijke verdieping en praktische toepassing spreekt mij nog altijd aan. Daarnaast vind ik het inspirerend om met collega-specialisten en notarissen te overleggen over juridisch houdbare en praktisch werkbare oplossingen voor complexe grensoverschrijdende vraagstukken.
Op welk moment in uw carrière bent u het meest trots?
Het moment waarop ik besloot mijn eigen adviespraktijk te starten, is voor mij een belangrijk en bepalend moment geweest. Daarmee kreeg ik de ruimte om mijn ervaring op het terrein van het internationaal familievermogensrecht en erfrecht zelfstandig in te zetten voor notarissen en andere juridische professionals. Dat cliënten die mij al langer kennen, maar ook nieuwe cliënten, mij het vertrouwen geven om hen te begeleiden bij complexe grensoverschrijdende vraagstukken, ervaar ik als bijzonder waardevol. Een groot deel van de voldoening in mijn werk ligt voor mij in de mogelijkheid om met mijn kennis bij te dragen aan de afwikkeling van internationale dossiers.

