12 mei, 2026

Het beklemd vermogen na omzetting van een stichting: een slot op de deur?

Dit is een artikel uit de e-learning PE Notariaat.

De stichting ontleent haar bestaansrecht aan een bepaald ideëel of maatschappelijk doel, dat wordt nagestreefd met behulp van een daaraan gebonden vermogen. Dat vermogen is veelal bijeengebracht door derden (zoals donateurs) die erop mogen vertrouwen dat hun bijdragen duurzaam aan het stichtingsdoel ten goede komen. Na omzetting van een stichting in een andere rechtsvorm moet dit vertrouwen worden beschermd door de vermogensklem van art. 2:18 lid 6 BW, die aan het op het omzettingsmoment aanwezige vermogen en de vruchten daarvan een bestedingsrestrictie verbindt.

In deze bijdrage staat de situatie ná omzetting centraal. Daarbij wordt onderzocht hoe het beklemde vermogen juridisch is afgebakend, welke rol de rechter en de notaris spelen bij de bescherming ervan, en op welke wijze deze bescherming in de praktijk kan worden geborgd of juist wordt ondergraven. In dit PEN-artikel ligt de nadruk op de notariële vormgeving van de vermogensklem.

Beklemd vermogen na omzetting

Bij omzetting van een stichting in een andere rechtsvorm (bijvoorbeeld een vereniging of kapitaalvennootschap) geldt dat de statuten van de nieuwe rechtspersoon een bepaling moeten bevatten over de besteding van het vermogen dat de stichting ten tijde van de omzetting had, inclusief de vruchten daarvan. Met ‘besteden’ wordt uitgeven, vervreemden en tevens bezwaren van het vermogen bedoeld. Dat vermogen mag slechts met toestemming van de rechter worden besteed voor een ander doel dan waarvoor het vóór de omzetting was bestemd (art. 2:18 lid 6 BW). Dit ‘beklemde vermogen’ beoogt te voorkomen dat een stichting wordt omgezet om haar vermogen vervolgens te kunnen toe-eigenen.

 

Reikwijdte van het beklemde vermogen

Uit het Optas-arrest (21 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN8852) van de Hoge Raad volgt dat het beklemde vermogen bestaat uit het saldo van de activa en passiva van de stichting op het moment van omzetting, en dat dit saldo deel uitmaakt van het eigen vermogen van de omgezette rechtspersoon. In de praktijk wordt de omvang van het beklemde vermogen doorgaans vastgesteld aan de hand van een balans per omzettingsdatum. De vermogensklem strekt zich ook uit tot de vruchten van het vermogen. Hieronder vallen onder meer rente, dividend en overige opbrengsten van beleggingen.

Voor de notariële praktijk betekent dit dat niet kan worden volstaan met het abstract benoemen van ‘het vermogen’ op het omzettingsmoment. Een zo concreet mogelijke vastlegging van samenstelling, waarde en aard van het vermogen is cruciaal om de vermogensklem later effectief te kunnen toepassen.

De beklemming werkt door na omzetting en blijft van kracht totdat het beklemde vermogen en de vruchten daarvan volledig zijn besteed conform het voormalige stichtingsdoel, of de rechter toestemming geeft voor afwijkende besteding. Ook bij latere fusies of splitsingen blijft de beklemming bestaan.

De vermogensklem vervalt zodra het beklemde vermogen en de vruchten daarvan volledig zijn besteed conform het voormalige stichtingsdoel, of wanneer de rechter toestemming heeft gegeven voor afwijkende besteding.

Rechterlijke tussenkomst

De regeling van art. 2:18 BW kent twee onderscheiden momenten van rechterlijke betrokkenheid. Voor de rechtshandeling van omzetting is rechterlijke machtiging vereist (ex art. 2:18 lid 4 BW). De rechter beoordeelt daarbij onder meer of aan de wettelijke vereisten is voldaan en of de belangen van stemgerechtigden en andere betrokkenen voldoende zijn ontzien.

Daarnaast is voor het anders besteden van het beklemde vermogen dan overeenkomstig het oorspronkelijke stichtingsdoel rechterlijke toestemming vereist (ex art. 2:18 lid 6 BW). De wet bevat geen expliciet toetsingskader voor deze toestemming. In de praktijk leidt dit tot een casuïstische benadering, waarbij de beoordeling sterk afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. Rechters lijken blijkens de recente jurisprudentie hun oordeel mede te baseren op de uitvoerbaarheid van het oorspronkelijke doel en de mate waarin de voorgestelde besteding daarmee in lijn is. Een voorbeeld is de uitspraak van Rechtbank Den Haag van 14 januari 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:1751), waarin de Rechtbank voorop stelt dat de wet, de parlementaire geschiedenis en de rechtspraak geen concrete voorwaarden formuleren die in acht moeten worden genomen bij de beoordeling van een verzoek ex art. 2:18 lid 6 BW om het vermogen dat de stichting bij de omzetting had (en de vruchten daarvan) anders te mogen besteden dan voor de omzetting was voorgeschreven. In dit bewuste geval geeft de Rechtbank geen toestemming om het vermogen dat de rechtspersoon bij haar omzetting had en de vruchten daarvan (geheel of gedeeltelijk) anders te besteden.

De rol van de notaris

De notaris is zowel juridisch vormgever als adviseur bij omzetting van een stichting. De rol van de notaris begint al bij de advisering over de vraag óf omzetting aangewezen is, of dat alternatieve structuurwijzigingen (zoals juridische fusie of splitsing) de voorkeur verdienen. Waar omzetting wordt overwogen, hoort de notaris nadrukkelijk stil te staan bij en de betrokkene te informeren over de gevolgen voor het doelvermogen en de vermogensklem.

De notaris dient te controleren of besluitvorming in overeenstemming met de statuten en reglementen heeft plaatsgevonden en of een vermogensklem in de concept-akte is opgenomen, maar de feitelijke naleving daarvan onttrekt zich aan zijn waarneming. Juist daarom is de kwaliteit van de statutaire en administratieve vormgeving bij omzetting cruciaal.

Bij latere fusies, splitsingen en andere herstructureringen dient de notaris alert te zijn op routes die de vermogensklem materieel uithollen of omzeilen, en waar nodig alternatieve structuren of aanvullende waarborgen voor te stellen.

Statutaire vormgeving van de vermogensklem

De notaris dient erop toe te zien dat de statuten van de omgezette rechtspersoon de vermogensklem correct verwoorden. De vermogensklem moet in de akte van omzetting worden ‘vertaald’ naar statutaire regels over onder meer wat onder het beklemd vermogen moet worden verstaan, dat het vermogen slechts mag worden besteed overeenkomstig het voormalige stichtingsdoel en dat afwijking daarvan uitsluitend is toegestaan met toestemming van de rechter. Dit betekent niet dat in de statuten moet worden opgenomen dat rechterlijke toestemming vereist is om de vermogensklembepaling te wijzigen. Als het beklemde vermogen is besteed, dan kan deze bepaling via statutenwijziging vervallen.

Een terugkerend probleem in de ontklemmingsrechtspraak is dat de omvang van het beklemde vermogen bij omzetting niet of onvoldoende duidelijk is vastgelegd. Daardoor is het voor de rechter bij een later verzoek tot ontklemming lastig, zo niet onmogelijk, om vast te stellen welk deel van het huidige vermogen nog onder de vermogensklem valt. In zulke gevallen leidt dat regelmatig tot volledige ontklemming, wat in bepaalde gevallen afbreuk doet aan de beschermingsgedachte achter art. 2:18 lid 6 BW. De effectiviteit van de vermogensklem staat of valt dus met transparante administratie. In de literatuur wordt daarom bepleit om:

  • in de akte van omzetting vast te leggen welke activa en passiva tot het beklemde vermogen horen en welke waarde daaraan wordt toegekend op de datum van omzetting; en

  • een zogeheten ‘omzettingsreserve’ in de statuten op te nemen, waarin het volledige beklemde vermogen jaarlijks wordt ondergebracht, met de bepaling dat deze reserve en de vruchten daarvan slechts overeenkomstig het oorspronkelijke stichtingsdoel mogen worden besteed, tenzij de rechter anders bepaalt.

Daarnaast is denkbaar om de transparantie van de administratie over de besteding van het beklemde vermogen te vergroten door:

  • in de toelichting op de jaarrekening jaarlijks inzichtelijk te maken welke mutaties in de omzettingsreserve hebben plaatsgevonden, zodat voor derden – en voor de rechter – kenbaar is welk deel van het oorspronkelijke stichtingsvermogen nog aanwezig is; en

  • het verplichten van het opnemen van een passage over het beklemd vermogen en de besteding daarvan in interne (financiële) rapportages.

De notaris dient in zijn advisering niet slechts de formele geldigheid te waarborgen, maar ook inhoudelijk te toetsen of de structuur die na omzetting ontstaat, de doelbesteding voldoende borgt. Denkbaar is dat het wenselijk is om naast het voorgaande het winst- en liquidatiebeleid op een specifieke manier te regelen. In geval van omzetting in een kapitaalvennootschap beperkt een omzettingsreserve het doen van toekomstige dividenduitkeringen: winst mag slechts worden uitgekeerd voor zover dit groter is dan de aan te houden omzettingsreserve. Ten aanzien van liquidatie zou kunnen worden opgenomen dat het resterende bedrag van de statutaire omzettingsreserve (en de vruchten daarvan) uitsluitend wordt aangewend overeenkomstig het voormalig stichtingsdoel, bijvoorbeeld door uitkering aan een of meer soortgelijke instellingen.

De statuten kunnen ook bepalen welke organen betrokken zijn bij besluiten die de vermogensklem raken. Te denken valt aan een verplichte goedkeuring door de raad van commissarissen (indien aanwezig) voor besluiten die zien op besteding of wijziging van het beklemd vermogen, een versterkt quorum of verzwaarde meerderheid voor dergelijke besluiten of verplicht advies van een derde. Op die manier wordt gewaarborgd dat beslissingen over het beklemde vermogen niet door één bestuurder of een kleine groep aandeelhouders worden genomen, maar dat zij worden getoetst aan het bredere belang van de (voormalige) stichting.

Sancties bij schending van de vermogensklem

Handelen in strijd met de (statutaire of wettelijke) bepaling waarin de vermogensklem staat opgenomen zonder dat de rechter daarvoor toestemming heeft verleend, leidt in de eerste plaats tot nietigheid of vernietigbaarheid van het bestuursbesluit dat in strijd met de vermogensklem is genomen. Naast de hiervoor vermelde gevolgen, heeft handelen – zonder rechterlijke toestemming – in strijd met de (statutaire of wettelijke) bepaling waarin de vermogensklem staat opgenomen, ook externe gevolgen. De externe werking is beperkter: rechtshandelingen jegens derden blijven in beginsel geldig, tenzij de wederpartij wetenschap had van de strijdigheid met het nawerkende stichtingsdoel dat de vermogensklem beoogt te beschermen.

Overtreding van de vermogensklem kan voor bestuurders leiden tot aansprakelijkheid wegens onbehoorlijke taakvervulling, wanprestatie of onrechtmatige daad jegens belanghebbenden (zoals donateurs), met name waar sprake is van bewuste constructies om beklemd vermogen in private handen te brengen. Het is van belang dat de notaris de waarschuwingen ten aanzien van de gevolgen van schending van de vermogensklem deugdelijk notuleert, omdat bestuurders achteraf geneigd kunnen zijn te stellen dat zij zich de werking van de vermogensklem niet realiseerden.

Conclusie

De notaris kan worden beschouwd als hoeder van de rechtszekerheid en van de belangen van het rechtsverkeer, waarbij hij in dat kader ook het stichtingsvermogen bij omzetting moet bewaken. Door een proactieve, kritische en zorgvuldige aanpak – van voorbereiding tot nazorg – waarborgt hij de rechtsgeldigheid van een omzetting van een stichting, de bescherming van het beklemde vermogen en de belangen van alle betrokkenen.

De recente rechtspraak over ontklemming toont aan dat een zwakke vormgeving bij omzetting later moeilijk te repareren is en zelfs kan uitmonden in algehele ontklemming. Voor de notariële praktijk is de belangrijkste les daarom dat de vermogensklem niet alleen wordt opgeschreven, maar vanaf de omzetting systematisch en transparant wordt vormgegeven in statuten, administratie en transactiedocumentatie. Alleen dan kan de vermogensklem in de praktijk functioneren als het beoogde slot op de deur van het stichtingsvermogen.

FBN medewerker met Via Juridica op computerscherm
Verdien PE-punten met het lezen van artikelen

PE Notariaat e-learning

In PE Notariaat e-learning vindt u actuele artikelen op alle gangbare notariële rechtsgebieden, zowel civiel als fiscaal. Met deze vorm van leren bepaalt u zelf waar en wanneer u studeert én kunt u het nieuws nog beter plaatsen in uw dagelijkse praktijk. Bestudeer de artikelen, toets uw kennis aan de hand van de bijbehorende vragen en verdien direct uw PE-punten!

Probeer de e-learning eerst een maand gratis en vrijblijvend uit!

FBN medewerker met Via Juridica op computerscherm