mr. Frits van der Kamp is fiscalist met een uitzonderlijk brede expertise op het snijvlak van echtscheiding, levensverzekeringen, pensioenen en de eigen woning. Zijn loopbaan kenmerkt zich door het verbinden van fiscaliteit, civiel recht en notariële praktijk, juist daar waar regels en menselijke verhoudingen elkaar raken. Na een lange carrière in de adviespraktijk, richt hij zich thans weer meer nadrukkelijk op doceren, schrijven en het delen van vakkennis. In dit interview reflecteert hij op zijn vak, de rol van het notariaat en de fiscale valkuilen bij echtscheiding.
U bent fiscalist en hebt bijzondere expertise op het gebied van echtscheiding, levensverzekeringen, pensioen en de eigen woning. Hoe is destijds de interesse voor deze gebieden ontstaan?
Toeval bestaat! In 1995 startte ik als fiscalist bij Nationale- Nederlanden te Rotterdam, afdeling Fiscaal Juridisch Advies, ofwel FJA (het Fiscaal Juridisch Adviesbureau). Destijds een begrip in de markt. In die tijd was er zeer weinig werkgelegenheid. Na een viertal sollicitaties kwam ik door de ‘ballotage’, mede dankzij mijn brede interesse, en kon ik aan een baan beginnen die voor mij (en vele anderen) volledig onbekend was.
Levensverzekeringen was het motto (?..). Lijfrenten, kapitaalverzekeringen, pensioen..! Al doende leert men.
Nationale-Nederlanden had een gerenommeerde opleiding, wat een enorme pré bleek. Levensverzekeringen met alle juridische en fiscale “ins en outs” werd aan “nieuwe en jonge” gepassioneerde collega’s gedoceerd.
De eerste stappen maakte ik via het oortje van fiscalist Paul Zijdenbos, een buitengewoon kundige en theoretische “leermeester”.
Het brein van de jonge fiscalist / jurist werd beproefd. Ofwel, learning on the job! De levensverzekering was – in die tijd – allerminst een eenvoudig vehikel. Maar ook een breed spectrum wordt bestreken. Te denken valt daarbij aan de niet te vergeten “oude regimes” voor de lijfrenten en kapitaalverzekeringen in allerlei soorten en maten, waaronder ook de ontslagstamrechten.
Regels van vóór de Wet IB 2001 (de Wet IB 1964)…én al snel de Wet IB 2001, waarmee ook de regelgeving strakker werd.
Denk aan de aflossing van een eigenwoningschuld, een belangrijk onderdeel, maar ook de lijfrenten ten behoeve van de “oude dag”. Met twee actuariële collega’s, tevens pensioenspecialisten, was daarmee de vaktechnische bemensing van de ‘kamer’ optimaal. Gelukkig had ik wel het voorrecht in de studietijd de nodige bestuursvaardigheden op te hebben gedaan, in de vorm van het bestuur van bijvoorbeeld de Belastingwinkel te Nijmegen en de NVBV (Nijmeegse Vereniging voor Belasting- en Vennootschapsrecht).
Hoe kijkt u aan tegen de ontwikkelingen op het gebied van de eigenwoningregeling, of beter gezegd tegen het gebrek daaraan gelet op het recent gesloten regeerakkoord? Wat zou naar uw mening moeten gebeuren?
De fiscale behandeling / wijzigingen zijn van een zeer gering belang. Overigens kan ik me prima vinden in de belangrijkste beslissing, die begin 2013 werd genomen, te weten dat vanaf die datum bij nieuwe aflosvrije leningen voor de eigen woning géén renteaftrek meer mogelijk is. Dat gold en geldt nog wel voor vóór 1 januari 2023 aangegane leningen voor de eigen woning.
Ofwel: de annuïtaire regeling heeft – afgezien van planningsinstrumentarium – de toekomst. Dat valt wat mij betreft zeker te billijken. Wat op de lange termijn écht een verschil maakt, zou het afschaffen van de renteaftrek zijn. Laten we wel wezen, de aftrek is voor de hogere inkomens doorgaans voordeliger dan voor de lagere inkomens. Daar zal wellicht een mooie algemene tegemoetkoming tegenover moeten komen te staan. Bij voorkeur zo eenvoudig mogelijk en in het systeem passend. Bijvoorbeeld een extra heffingskorting?
In uw CV op LinkedIn staat dat u eind 2024 bent gestopt als adviseur. Waarom bent u als adviseur gestopt?
Na een mooie en lange periode – van circa 1995 tot 2025 – van fiscaal-juridische advisering, heb ik de adviespraktijk vooralsnog gepauzeerd. Klankborden doe ik met plezier(!). Het geeft ook mooie inkijkjes in de vraagstukken van de praktijk. Daarnaast doceer ik , maar iets minder intensief dan voorheen.
Soms is het goed om een pauze in te lassen om op wat afstand eens na te denken over het vak, maar ook over jezelf.
U doceert bij een reeks van organisaties. Wat is uw drijfveer hierbij?
Het doceren heb ik vanaf de start van mijn carrière (intern al snel bij NN opleidingen, en ook voor de “buitendienst”) opgebouwd en ik heb daar bijzonder veel plezier van gehad.
Het is voor mij een bijzonder voorrecht om kennis te delen en daar samen van te profiteren en te genieten. In het hele land mocht ik op circa tien locaties de buitendienst “verrijken” ofwel bijpraten, zowel fiscaal als juridisch, over de ontwikkelingen en “ins en outs” van de levensverzekeringen. Ik heb dat met genoegen zo lang mogelijk gedaan. Met name de grote differentiatie in onderwerpen geeft een verrijking. Niet alleen de theorie verdiept daardoor, het biedt praktische mogelijkheden, die vaker in combinatie van achtergronden, zeer waardevol kunnen zijn. Kortom: De kruisbestuiving van de diverse bloedgroepen – juridisch, fiscaal en notarieel – is altijd zeer levendig en geeft prachtige inkijkjes in de overige rechtsgebieden. Een mogelijkheid om een vakgebied grondig en verder te exploreren!
Echtscheiding is ook een van uw expertises. Vindt u dat er fiscale obstakels bestaan bij het maken van alimentatieafspraken waaraan de wetgever of besluitgever wat zou moeten doen? Welke zijn dat en wat zou uw oplossing zijn?
In mijn praktijk heb ik altijd getracht beide aanstaande echtelieden of samenlevers voor te houden, dat samenwerken voor beiden een betere uitkomst geeft. Veelal weet men toch de belangen van de kinderen in het oog te houden. Daarbij kan er veel door partijen gezamenlijk worden geoptimaliseerd. Zeker in ‘grensoverschrijdende zaken‘, waarbij de ontvanger geen belasting betaalt en de betaler mogelijk de aftrek wél kan verzilveren. Een voorbeeld van dergelijke optimalisatie is alimentatie in de vorm van vermogensrechtelijke afwikkeling. Hiermee bedoel ik dat in plaats van alimentatie men door vermogensoverheveling de alimentatie compenseert. Vanzelfsprekend sluit men dan (over en weer) de alimentatie uit (er moet wel degelijk een uitgebreid overleg plaatsvinden om dit goed vast te leggen), en zal tussen partijen vermogensrechtelijk worden gecompenseerd. Op die manier kan een vermogensrechtelijke afwikkeling niet met ‘niet-aftrekbare alimentatie’ worden geconfronteerd, waarbij een en ander juridisch en fiscaal goed wordt dichtgespijkerd.
De wetgever heeft in de alimentatieregels de nodige ruimte gecreëerd voor aanstaande ex-partners. Te denken valt aan de afkoopsom ineens. Voor de partners zelf zal dat emotioneel ook een opluchting kunnen zijn. De eenvoud troef, maar let wél op dat de fiscale gevolgen daarbij weer roet in het eten kunnen gooien.
Tsja, dan de meest eenvoudige oplossing, met de opmerking dat de belastingwetgeving hier niet op gericht is; defiscalisering van alimentatiebetaling en alimentatie-ontvangsten!
Let er wel op dat de zogenaamde Trema normen (de normen en richtlijnen, die rechters kunnen toepassen bij de invulling van de wettelijke begrippen draagkracht en behoefte bij het vaststellen van alimentatie) dan eveneens flink op de schop zullen moeten worden genomen. Een traject dat eveneens veel hoofdbrekens zou opleveren. Vanuit de eenvoud lijkt het mij een goede suggestie. De belastingdienst zal daar echter begrijpelijk niet snel aan willen.
In het kader van een echtscheiding speelt ook de vraag wat te doen met lopende levensverzekeringen en pensioenen. Welke rol heeft u daarbij?
Om het eenvoudig te houden – want dat is het beslist niet – verevent men de pensioenen, en verdeelt men de lijfrente(n) (als de – veelal bancaire – uitvoerder nog meewerkt). In dat geval is er namelijk géén fiscale ruis op de lijn.
Mijn rol is veelal dat het zo eenvoudig mogelijk mag zijn, moeilijk wordt het veelal toch wel. De uitzondering is derhalve de cliënt die begrijpt dat de kosten de baten zullen/kunnen overstijgen, vanwege de complexiteit van deze materie. En houd beide partijen daarbij goed bij de inhoud. Beide partijen moeten op dezelfde leest blijven koersen. De advisering kan soms bijzonder gedetailleerd worden gemaakt, veelal goed bedoeld. NB: Er zijn praktijksituaties voldoende waarbij men lijfrentes en pensioen “uitruilt”, een levensgevaarlijk terrein vol voetangels en klemmen! Zonder goede kennis van verrassende fiscale “bijtellingen” én “aftrekposten” kan de fiscale verrassing eenvoudig, maar met de nodige schade opdoemen.
In de vele publicaties voor het Vakblad Financiële Planning, maar ook het WFR, Notariaat Magazine, Pensioen Magazine, Vermogende Particulieren Bulletin (en nog de nodige andere vaktijdschriften), heb ik getracht een verhelderend perspectief voor de praktijk én de theorie te beschrijven.
Is uw ervaring dat de advocatuur echtgenoten op fiscaal terrein volwaardig bijstaat?
De advocatuur mag de dankbare taak oppakken hun beider cliënten/partijen te “Belehren”. Ofwel, er wordt veel gesproken en de valkuilen dienen glashelder te worden vermeden.
Op juridisch terrein zijn de vFAS advocaten, met een grondige opleiding beslist goed onderlegd. Let wel, en terecht, op hun kernexpertises! Buiten dat kader, zoals fiscaliteit, ligt dat anders. Vanzelfsprekend zal de één meer weten op internationaal vlak en heeft een ander ook zijn/haar specialisme.
In de achterliggende decennia heb ik vele (fiscale) zaken mogen begeleiden. De route voor de vFAS-advocatuur richting de fiscale ondersteuning is in de afgelopen jaren goed opgepakt en werkt naar mijn idee prima.
Op welke terreinen waarop u expertise heeft, ziet u een rol weggelegd voor het notariaat?
De meer neutrale rol van de notaris is wellicht veel geschikter om bij echtscheiding ‘minder gekleurd’ ofwel echt neutraal te informeren. Aan de andere kant is het aan advocaten om de specifieke belangrijke aandachtspunten in het ‘debat’ of een geschil helder voor het voetlicht te brengen.
In dat kader zou ik zeker een mooie rol zien voor het notariaat. In het verleden heb ik notarissen deze rol ook wel zien pakken. Van belang is dan vanzelfsprekend om de neutraliteit telkens (scherp) in het oog te houden.
Het is bij uitstek mogelijk in de notarisrol, met een veelheid aan kennis en juridische aspecten, op dit vlak meer te acteren. Wellicht een detail, maar toch, in 2016 heb ik samen met een veelzijdig en zeer kundig gezelschap een mediation opleiding opgezet, die we met veel plezier en succesvol hebben afgerond. Docenten van naam: Lei van Roekel (internationale conflicten), Deirdre Homminga (mediator), civilist dr. Eric Ebben (†) en met belangstelling destijds meedenkend, Dick Allewijn.
Bent u nog bezig om op andere terreinen expertise op te bouwen?
Te midden van de adviespraktijk is tijd natuurlijk een factor, zeker in een gezin met vier kinderen in de leeftijd van 18 tot 25 jaar. Maar het schrijven van artikelen in de literatuur, zoals ik die in het verleden veel heb geschreven, verdient weer meer tijd voor de toekomst. Dat is namelijk de “aanscherpende factor” van de fiscaal-juridische en notariële rechtsontwikkeling. Daarnaast heb ik in 2024 het “Breukdelenarrest” tot aan de Hoge Raad mogen begeleiden, met succes! Hoewel mijn fiscale inslag vrijwel altijd praktisch was, ofwel een procedure vermijden, was dit een bijzondere uitdaging. De hele procedure heeft 6 jaar in beslag genomen, een cadeau enerzijds, ook zeer vermoeiend (en het kostte mij ook een flink aantal prachtige afdalingen in de sneeuw van Selva). Maar die vakanties haal ik wel weer in! Een prachtig cadeau, en de reparatiewetgeving is nog niet tot een finale geraakt. Wel is men bezig met de materie. Ik ben benieuwd en blijf de problematiek van de breukdelen met een kwinkslag volgen.
Als u geen fiscalist was geworden, wat dan wel?
Lastige vraag. De eenvoudige beantwoording zou waarschijnlijk “júrist” zijn (wat ik óók ben). Opgevoed aan de Radboud Universiteit Nijmegen – toen nog de Katholieke Universiteit Nijmegen -, onder andere door de toen nog piepjonge (later hoogleraar) André Nuytinck, Steven Bartels, en daarnaast nog door prof. Van der Grinten, Beekman, de “Kortmannen” en Struycken bij wie ik wat later afstudeerde met als begeleider Dennis Faber (later tevens hoogleraar). Om eerlijk te zijn is de combinatie van beide vakgebieden, civiel én fiscaal recht, een geweldig uitdagende combinatie, die mij véél heeft geboden.
Heeft u naast uw werk nog zaken waarmee u zich bezig houdt?
Een heerlijke én sportieve hobby, die ik graag uitoefen, is het wielrennen. En dan bij uitstek de mooie klimroutes in de Franse gebergten. De afgelopen jaren is er al heel wat beklommen: vanzelfsprekend de Ventoux, Alpe d’Huez, Col d’ Ornon – mooi -,
maar ook de Marie Blanque bij Laruns in de buurt, evenals de Gourette, de Aubisque en de Soulor (dat wordt een uitdaging). Allerlei mooie en deels onbekende routes, bijvoorbeeld de Suzette, schitterend! Dit voorjaar rijdt mijn eega met de fiets weer gezellig mee naar Frankrijk. Net als met ‘hobbelige’ rechtsgebieden levert wat nieuws altijd weer mooie plaatjes op. Nog wel even trainen in Limburg en de Ardennen!
