Via Juridica
Juridische databank
Cursussen
en
e-learning
Advies
Service producten

De waarde van een rechtskeuze onder de nieuwe huwelijksvermogensrechtverordening: voorkom problemen met de automatische wijziging van het geldend huwelijksvermogensrecht

Door mr. T.C. (Theo) Hoogwout op 5 maart 2019 | Leestijd: 4 minuten

Twee ogenschijnlijk dezelfde zaken voor verschillende gerechtshoven, waarvan de uitkomst voor de echtgenoten diametraal verschilt! In beide zaken woont de man in Nederland en heeft hij de Turkse nationaliteit en trouwt hij in Turkije met een vrouw die daar woonde en destijds uitsluitend de Turkse nationaliteit had. Wat het verschil in beide zaken maakt, is een periode van ongeveer twee maanden. Het geschil gaat over de vraag of voor de echtgenoten sprake is van een gemeenschappelijke eerste woonplaats na het sluiten van het huwelijk. Om hiervan te kunnen spreken wordt een termijn van zes maanden na het sluiten van het huwelijk gehanteerd, die in de rechtspraak soms wordt opgerekt tot maximaal één jaar als een van de echtgenoten moet wachten op het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Beide huwelijken zijn gesloten na 1 september 1992 en voor 29 januari 2019 zodat het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 1978 geldt en in beide situaties hebben de echtgenoten niet vooraf of tijdens het huwelijk een keuze voor het toepasselijke huwelijksvermogensrecht gemaakt.

In de eerste zaak - die speelde voor Hof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2018:8667) - is de vrouw ongeveer acht maanden nadat het huwelijk is gesloten in Nederland gaan wonen. Hierdoor was voor hen geen sprake van een gemeenschappelijke eerste woonplaats na het sluiten van het huwelijk en gold voor hen de eerste acht maanden van het huwelijk, het Turkse huwelijksvermogensrecht en gold het Nederlandse huwelijksvermogensrecht vanaf het moment dat de vrouw samen met de man in Nederland was gaan wonen. Er vond dus direct bij het samenwonen in Nederland een automatische wijziging van het huwelijksvermogensrecht plaats.

In de tweede zaak - die speelde voor Hof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2018:2880) - is de vrouw binnen zes maanden na het huwelijk in Nederland gaan wonen. Hierdoor was voor hen sprake van een gemeenschappelijke eerste woonplaats na het sluiten van het huwelijk en gold voor hen het Turkse huwelijksvermogensrecht tot tien jaar na het moment dat de vrouw samen met de man in Nederland was gaan wonen. Voor hen gold in die eerste periode, volgens het Turkse recht, de uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen. In de tweede periode gold voor hen volgens het Nederlandse recht, de algehele gemeenschap van goederen. De automatische wijziging van het huwelijksvermogensrecht vond dus pas na tien jaar plaats. Dit had tot gevolg dat de onroerende zaak die de man in de eerste periode had gekocht niet in de algehele gemeenschap van goederen viel. Dit wordt ‘wagon stelsel’ genoemd omdat de vermogensbestanddelen vallen onder een verschillend huwelijksvermogensrecht.

Verschillend huwelijksvermogensrecht per land

Het huwelijksvermogensrecht verschilt van land tot land. Zo geldt in Nederland de wettelijke gemeenschap van goederen als echtgenoten geen huwelijksvoorwaarden maken. In een ander land kan bijvoorbeeld in een dergelijke situatie iedere gemeenschap van goederen zijn uitgesloten. Huwelijken kunnen plaatsvinden tussen personen met verschillende nationaliteiten of woonplaatsen, zodat vanuit het perspectief van het ene land het voor echtgenoten toe te passen huwelijksvermogensrecht verschilt ten opzichte van het andere land. Hierdoor kan een conflict ontstaan over het geldende huwelijksvermogensrecht. Het internationaal privaatrecht geeft normen voor deze samenloop en verwijst naar het geldend recht. Dit is van belang voor het bepalen van het vermogen van iedere echtgenoot bij de echtscheiding of bij de nalatenschap na het overlijden van een echtgenoot.

Nederlandse verwijzingsregels internationaal privaatrecht

Het internationaal privaatrecht (hierna IPR) geeft verwijzingsregels om te kijken welk huwelijksvermogensrecht van toepassing is. Voor de beantwoording van het Nederlandse IPR is de toewijzing afhankelijk van de datum van huwelijkssluiting, of het uitbrengen van een rechtskeuze na 1 september 1992 (Haags Huwelijksvermogensverdrag van 1978), respectievelijk 29 januari 2019 (Europese Huwelijksvermogensrechtverordening).

Van toepassing kan zijn:

  • het Haags Huwelijksgevolgenverdrag van 1905;
  • het ongeschreven Nederlandse IPR (Chelouche versus Van Leer-arrest);
  • het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 1978;
  • de Europese Huwelijksvermogensrechtverordening.

Om te bepalen welk huwelijksvermogensrecht geldt voor huwelijken die zijn gesloten tussen 1 september 1992 en 29 januari 2019 past Nederland de regels van het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 1978 toe. Op grond hiervan kunnen de echtgenoten zelf het toepasselijke recht aanwijzen. Als zij geen rechtskeuze hebben uitgebracht, wordt aan de hand van de aanknopingsladder uit het verdrag bepaald welk huwelijksvermogensrecht voor hen geldt.

Aanknopingsladder Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978

Uitgangspunt is het recht van de gemeenschappelijke eerste woonplaats na het huwelijk. Hiervan is sprake als de echtgenoten binnen een termijn van ongeveer zes maanden na het huwelijk een gemeenschappelijke eerste woonplaats hebben. Deze termijn kan echter opgerekt worden als bijvoorbeeld een van de echtgenoten heeft moeten wachten op het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Het is hierbij niet van belang of de echtgenoten samenwonen, maar of zij in hetzelfde land hun woonplaats hebben. Als de echtgenoten geen gemeenschappelijke woonplaats na het huwelijk hebben, geldt het recht van hun gemeenschappelijke nationaliteit. Dit was het geval in de zaak van Hof Arnhem-Leeuwarden. Hebben de echtgenoten zowel geen gemeenschappelijke eerste woonplaats na het huwelijk als geen gemeenschappelijke nationaliteit, dan geldt het huwelijksvermogensrecht van het land waarmee de echtgenoten het nauwst zijn verbonden. Als de echtgenoten zowel een gemeenschappelijke eerste woonplaats als een gemeenschappelijke nationaliteit hebben, geldt het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van de echtgenoten als deze staat een ‘nationaliteitsland’ is, of het recht van het woonland van de echtgenoten als deze staat een ‘domicilieland’ is. Nederland is een nationaliteitsland, zodat voor het huwelijksvermogensregime van Nederlanders in beginsel het Nederlandse recht geldt. Als de echtgenoten de nationaliteit hebben van een domicilieland, is de wet van het land waar zij gaan wonen van toepassing op hun huwelijksvermogensregime, ongeacht of dit woonland een nationaliteitsland dan wel een domicilieland is. Als een land geen partij is bij het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 1978 (zoals Turkije) en volgens het Turkse internationaal privaatrecht het Turkse huwelijksvermogensrecht van toepassing is en de echtgenoten hun gemeenschappelijke eerste woonplaats na hun huwelijk in Nederland hebben gevestigd, geldt volgens het verdrag het Turkse huwelijksvermogensrecht. Dit was het geval in de zaak van Hof Den Haag. Op grond van het Turkse recht gold destijds voor hen de uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen.

Automatische verandering

Het voor de echtgenoten geldende huwelijksvermogensrecht kan automatisch veranderen. Deze automatische verandering van het toepasselijke recht heeft alleen gevolgen voor de toekomst. Dit betekent dat de voorafgaande aan de wijziging van het geldende recht aanwezige bezittingen en schulden onderworpen blijven aan de oorspronkelijk geldende wet, terwijl het nieuwe rechtsstelsel betrekking heeft op de hierna verkregen bezittingen en aangegane schulden. Dit wordt ook wel ‘wagonstelsel’ genoemd, aangezien het toepasselijke huwelijksvermogensrecht op de diverse vermogensbestanddelen van de echtgenoten verschilt. Van automatische verandering is direct sprake als de echtgenoten met een gemeenschappelijke nationaliteit na het huwelijk niet binnen zes maanden in hetzelfde land gaan wonen, maar op een later tijdstip in eenzelfde land gaan wonen. Dit was het geval in de zaak van Hof Arnhem-Leeuwarden. Hiernaast speelt de automatische verandering als de echtgenoten na de huwelijkssluiting gedurende meer dan tien jaar hun gemeenschappelijke woonplaats hebben gehad in hetzelfde land. In dat geval geldt voor hen na verloop van tien jaar het huwelijksvermogensrecht van de gemeenschappelijke woonplaats. Dit was het geval in de zaak van Hof Den Haag. Hierdoor veranderde voor de echtgenoten het toepasselijke huwelijksvermogensrecht van het nationaliteitsland naar het domicilieland, ondanks dat zij van aanvang hun gemeenschappelijke woonplaats in Nederland hadden.

Hoe kunnen de problemen met de automatische wijziging worden voorkomen?

Kan het verschil in deze uitkomst worden voorkomen? De echtgenoten kunnen zelf het toepasselijke recht aanwijzen voorafgaand aan het sluiten van het huwelijk en tijdens het huwelijk. Voor rechtskeuzes die worden gemaakt vanaf 29 januari 2019 geldt de Europese Huwelijksvermogensrechtverordening. Als zij nu een rechtskeuze uitbrengen gedurende het huwelijk gaan die regels gelden en heeft die rechtskeuze geen terugwerkende kracht, tenzij partijen anders overeenkomen. De terugwerkende kracht werkt niet tegen derden. Het voordeel van de terugwerkende kracht voor de echtgenoten is dat zij geen last hebben van het ‘wagonstelsel’, aangezien hetzelfde huwelijksvermogensrecht van toepassing is op het gehele vermogen van de echtgenoten. Een rechtskeuze heeft dus invloed op het vermogen van iedere echtgenoot en het kan van belang zijn voorafgaand aan de echtscheiding of in het kader van ‘estate planning’ een rechtskeuze te maken. In Nederland wonende echtgenoten moeten de rechtskeuze bij notariële akte maken.

Wilt u meer weten over het IPR-huwelijksvermogensrecht in de praktijk? Op 28 maart 2019 bespreekt Brigitte Lhöest in de cursus IPR-huwelijksvermogensrecht alle ins en outs van de vijf verschillende stelsels, waaronder de Europese Huwelijksvermogensrechtverordening. In deze cursus leert u - aan de hand van casuïstiek - hoe u in dit oerwoud van regelingen uw weg kunt vinden. Na het volgen van deze cursus is uw kennis van internationaal huwelijksvermogensrecht vergroot en kunt u dit toepassen in de alledaagse praktijk. Lees hier meer.