Via Juridica
Juridische databank
Cursussen
en
e-learning
Advies
Service producten

Schenkvrijstelling eigen woning: leuker kan de Belastingdienst het wel maken!

Door mr. A.C.M. (Arco) de Vries op 6 juni 2018 | Leestijd: 3 minuten

'Leuker kunnen we het niet maken. Wel makkelijker.' Wie herkent deze slogan van de Belastingdienst niet. Het lijkt erop dat de Belastingdienst zichzelf tekort doet als het gaat om de schenkvrijstelling voor de eigen woning. Kijkend naar de rekenvoorbeelden op de website van de Belastingdienst zou ik willen zeggen: leuker kunnen we het wel maken! Daaruit blijkt dat het mogelijk is in het jaar van een aanvullende schenking voor de eigen woning óók een beroep te doen op de jaarlijkse vrijstelling.
 

Schenkvrijstelling eigen woning en overgangsregeling

Ter opfrissing van het geheugen eerst in een notendop de schenkvrijstelling voor de eigen woning en de overgangsregeling per 2017. Een ouder kan eenmalig vrij van schenkbelasting  een bedrag van € 100.800 (cijfers 2018) schenken aan een kind, mits het kind tussen de 18 en 40 jaar oud is en het bedrag besteedt aan de eigen woning. Als het kind al voor 2017 gebruik heeft gemaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling, dan geldt een overgangsregeling. Afhankelijk van in welk jaar eerder een beroep op de eenmalig verhoogde schenkvrijstelling is gedaan, kan nu wel of niet een beroep worden gedaan op een aanvullende vrijstelling voor een schenking voor de eigen woning. Zie uitgebreider over de voorwaarden voor de schenkvrijstelling voor de eigen woning mijn blog van 29 december 2016 en voor de overgangsregeling verwijs ik naar mijn blog van 30 juni 2016.

De mogelijkheid dat bij een schenking door een derde een beroep wordt gedaan op de schenkvrijstelling voor de eigen woning blijft hier verder buiten beschouwing.
 

Ook nog jaarlijkse vrijstelling?

Gelet op de wijze waarop de huidige schenkvrijstelling voor de eigen woning in art. 33 onder 5 SW en de overgangsregeling in art. 82a SW zijn geformuleerd, ben ik altijd in de veronderstelling geweest dat in het jaar waarin een aanvullende schenking voor de eigen woning wordt gedaan vrij van schenkbelasting, de begiftigde in dat jaar niet ook nog eens een beroep kan doen op de jaarlijkse vrijstelling van € 5.363 (cijfers 2018).

Uit rekenvoorbeelden op de website van de Belastingdienst volgt dat een beroep op de jaarlijkse vrijstelling wél mogelijk is naast het beroep op de vrijstelling voor de aanvullende schenking.
 

Rekenvoorbeeld website Belastingdienst
Hieronder is een van de rekenvoorbeelden opgenomen zoals die op 6 juni 2018 op de website van de Belastingdienst stond.

Ook bij de andere rekenvoorbeelden staat vermeld dat de begiftigde ook recht heeft op de algemene vrijstelling van € 5.363, welk bedrag vrij mag worden besteed.

Uit dit voorbeeld volgt dat de begiftigde in het jaar waarin de aanvullende schenking voor de eigen woning wordt gedaan ook recht heeft op de jaarlijkse vrijstelling.
 

Navraag door Consumentenbond
De notaris die mij wees op deze rekenvoorbeelden, wees mij ook op twee berichten op de website van de Consumentenbond (link en link). Daarin wordt melding gemaakt van een onderzoek in maart 2018 naar het functioneren van de Belastingtelefoon. Uit dat onderzoek blijkt dat zes op de tien medewerkers wijst op de mogelijkheid dat de vrijstelling voor de aanvullende schenking kan worden gecombineerd met de jaarlijkse vrijstelling. Terwijl in een vergelijkbaar onderzoek dat enkele maanden eerder was uitgevoerd geen enkele medewerker die mogelijkheid noemde.

De Consumentenbond heeft navraag gedaan bij de Belastingdienst met betrekking tot deze kwestie. Door de Belastingdienst is bevestigd dat de dienst sinds half januari 2018 aangeeft dat een begiftigde in het jaar waarin hij een beroep doet op de vrijstelling voor aanvullende schenking voor de eigen woning ook een beroep kan doen op de jaarlijkse vrijstelling van € 5.363 (cijfers 2018).
 

Belastingdienst: leuker kunnen we het wel maken!
Deze berichten waren voor mij aanleiding nog eens naar de wet- en regelgeving inzake de schenkvrijstelling voor de eigen woning te kijken. Het is mij niet duidelijk geworden op welke grond de Belastingdienst tot hierboven vermelde uitleg komt. Desalniettemin juich ik deze uitleg van harte toe!

De uitleg past immers in het systeem dat de schenkvrijstelling voor de eigen woning een eenmalig verhoging van de schenkvrijstelling betreft. Met andere woorden; de jaarlijkse vrijstelling wordt eenmalig verhoogd, zodat het in alle andere jaren mogelijk moet zijn een beroep te doen op de jaarlijkse vrijstelling. Bovendien ligt deze uitleg in lijn met de inhaalschenking zoals die tot 1 januari 2017 was opgenomen in art. 33 onder 6 SW voor situaties waarin voor 2010 al gebruik was gemaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling. Destijds kon in het jaar van de inhaalschenking naast het beroep op die vrijstelling ook een beroep op de jaarlijkse vrijstelling worden gedaan.